Chrysis - illustratie Norman Lindsay, gebruikt bij Wild Vlees van 'de Bloedgroep', regie Sam Bogaerts, naar het 'Satyricon' van Petronius

illustratie → 'Chrysis', die Encolpius van z'n impotentie moet afhelpen → A series of 100 etchings illustrating the Satyricon was made by the Australian artist Norman Lindsay.

Onder het Satyricon verstaat men een reeks romanfragmenten, overgeleverd op de naam van Caius Petronius Arbiter. Samen met de Metamorfosen van Apuleius zijn zij de enige representanten van een realistisch-fictioneel literatuurgenre in het Latijnse proza, dat min of meer als 'roman' kan worden bestempeld. Petronius is wel origineler dan Apuleius door zijn onafhankelijkheid van Griekse voorbeelden, afgezien van het parodiëren ervan, en door de gedistantieerde manier waarop hij de gebeurtenissen presenteert.

uit het projectsubsidie-dossier ...

motivatie & relevantie

"Iedereen die met kunst bezig is, zou eigenlijk economie moeten studeren om de wereld echt te begrijpen", zo merkte auteur Tom Lanoye op in een interview met 'De Morgen' op 6 september 2006, naar aanleiding van zijn recentste roman Het Derde Huwelijk. Het is vanuit deze —naar onze mening zeer correcte— visie op de essentie van de hedendaagse kunst dat wij de relevantie van een laat-Antieke tekst als de Cena Trimalchionis willen aantonen.

Petronius’ keuze om de van decadentie doordrongen wederwaardigheden van een solidaire groep picaro’s en parvenus aan de zelfkant van de laat-Romeinse maatschappij in kaart te brengen, illustreert zijn bewustzijn van het belang van inzicht in economische situaties voor het duiden van bepaalde maatschappelijke tendensen. Zo ensceneert hij op parodisch-prozaïsche wijze een feestmaal dat wij gezien zijn hyperbolische karakter uiterst geschikt achten om op existentieel niveau onderzoek te verrichten naar het spanningsveld dat zich aftekent —zowel in het corrupte Rome ten tijde van Petronius als in onze hedendaagse samenleving— tussen de epicuristisch geïnspireerde levenshouding ‘carpe diem’ enerzijds, en de ontaarde zucht naar genot en overdreven luxe anderzijds, die steeds en ontegensprekelijk ten koste gaat van andere individuen of een andere sociale groep en waarbij het doel alle mogelijke middelen lijkt te heiligen. De personages die onze auteur ten tonele voert, zijn in deze zin dan ook in het ‘self made man’-ideaal gefrustreerde vrijgelaten slaven, die enig bezit hebben verworven door de testamentaire gunst van hun oude meesters in combinatie met picareske listige financiële praktijken.

Dit op pronkzucht geïnspireerde bacchanaal hopen wij ten slotte te kunnen vertalen naar een stimulerende voorstelling die, via onderzoek naar nieuwe theatrale media, de juistheid van de observaties van de zintuigen in zodanige mate bespeelt, dat een gedeconstrueerde naar nihilisme neigende ruimte van totale individuele vrijheid kan ontstaan om een ethisch idealisme als persoonlijke keuze te be/herdenken. Deze doelstellingen impliceren een interpretatie van de 'Cena Trimalchionis' die niet louter op representatie is gebaseerd, maar één die de waarlijke presentie van een decadent banket beoogt waarbij de kunstenaar vanuit zijn individuele ervaring in deze materie als gastheer of - vrouw een publiek inviteert op wie hij zijn pronkzucht via de lichamelijkheid kan botvieren.

speelstijl

Spelplezier moet altijd voelbaar zijn, zowel in de muziek als in het theatergebeuren. Repetities zijn er om een repertoire aan mogelijkheden op te bouwen en af te tasten. Een voorstelling mag geen duplicaat zijn van de vorige avond, of van het resultaat van een repetitieproces, maar moet telkens weer opnieuw ontstaan. Avond aan avond worden andere accenten gelegd binnen scènes en krachtmetingen, en ontstaan er andere perspectieven. Een voorstelling is nooit af, is nooit perfect, kan altijd beter, blijft altijd kwetsbaar en heeft ten allen tijde een menselijk gezicht. Het 'hier en nu', bijvoorbeeld de aanwezigheid van publiek, wordt niet ontkend maar gecultiveerd. Het spelen met conventies is vanzelfsprekend en hoort bij de stijl. Een stijl die niet bepaald wordt door een vormgever of een kleur of een lijn, maar door het doen en denken van de kunstenaars. En dat zijn niet alleen de toneelspelers, maar ook de dramaturg, de danser, de muzikanten. Het zijn allemaal pas afgestudeerde of afstuderende 'Bachelors, Masters of Meesters', intens geschoold, o.a. in het improviseren binnen een kunstzinnig kader, zodat er elke avond een nieuwe variant van eenzelfde voorstelling ontstaat.