documentatie & illustratie bij Dikke Mannen in Rokjes van Nicky Silver

Silver spoke and he said ...

fragmenten uit interviews met Nicky Silver

“Alle artistieke werk is op de één of andere manier autobiografisch.”

jeugd

“Als kind en adolescent stond ik helemaal onderaan de voedselketen. Ik had de gestalte van een zeppelin, ik was echt vet, en ik was homoseksueel - geen bijzonder aangename combinatie voor een middelbare scholier in Philadelphia.”

“Het was in 1967, ik was student aan de Ardmore Junior High School, en in mei werd er altijd een hardloopwedstrijd gehouden. Ieder jaar opnieuw vroeg ik mijn vader of ik echt moest gaan, en ieder jaar zei hij dat meedoen belangrijker is dan winnen. Wat ik ook probeerde, er was geen ontsnappen aan. Mijn moeder kwam kijken naar de wedstrijd, en als mensen haar vroegen wie haar kind was, dan wees ze naar zo'n atletische zwarte jongen en zei ze: (ironisch) 'Hij daar.'”

“Oh, als kind was ik enorm dik. Toen ik ging winkelen om mijn Bar Mitzvah (joodse Plechtige Communie) kostuum te kopen —een bruin, geen natuurlijke stof— was ik een kind met een taille van 106.6 cm. 'Verspil geen tijd door te zoeken tussen de normale maten, adviseerde de verkoper van Wanamaker's en Jacob Reed. De verkoper nam mijn moeder en mij langs de afdeling voor korte dikkerdjes, voorbij de afdeling voor lange struise mensen recht naar de tonvormige modellen. 'Omwille van de toestand waarin uw zoon zich bevindt', zei hij tegen mijn moeder, 'is hij aangewezen op één van deze modellen'. 'Toestand, wat voor toestand?' vroeg ik mijn moeder. 'Je bent echt dik', zei ze.”

“De mensen nemen altijd aan dat ik een erg onevenwichtige jeugd heb gehad, maar uiteindelijk is dat niet waar. Wat iemand tot schrijver of kunstenaar maakt, is de abnormale neiging om het kleinste probleem op te blazen tot de grootste tragedie. Mensen vragen mij ook altijd of mijn ouders niet geschokt zijn als ze worden geconfronteerd met de ouders uit m'n stukken. Nee, maar mijn moeder is altijd aangedaan van de manier waarop ik haar moeder op scène zet.”

theater

“Ik heb altijd geweten dat ik m'n weg wilde maken in het theater, maar voor m'n 20e had ik er geen idee van dat het als toneelauteur zou zijn.”

“Ik keek rondom mij en zag dat er duizenden zeer getalenteerde acteurs rondliepen, maar slechts vijf of zes écht getalenteerde schrijvers. Dat leek des dé manier om binnen te geraken. Ik vond dat er zoveel stukken bestonden, waarvan de meerderheid de middelmaat niet oversteeg. Als ik er dus in zou slagen een stuk te schrijven dat een beetje beter was dan middelmatig, zou ik carrière kunnen maken.”

“Ik ben als een pijl omhoog geschoten tot in de helft van de weg naar het succes. Daarna had ik met meer uitgevers en critici het bed moeten delen... Het is zo'n vermoeiende weg geweest. Als ik beter was geweest in bed, zou ik mij zeker een weg naar de absolute top geneukt kunnen hebben (ironisch)! Nee serieus, ik schrijf al 15 jaar toneel, en het was pas met Pterodactylus, dat drie jaar geleden in première ging, dat ik erkenning begon te krijgen in de kwaliteitspers. Maar voordien had ik al 12 jaar gewerkt zonder een rooie cent te verdienen. Ik produceerde mijn stukken met vrienden in een kleine garageruimte op 11th Avenue in New York City waar nooit iemand naar toe kwam. Dus het succes kwam helemaal niet zo plots.”

opinie :: invloeden

“De meeste stukken interesseren me niet, ze zijn saai, ik kan me niet zo lang concentreren. Bepaalde schrijvers hield ik toen echter wel nog in de gaten, zoals John Guare en Christopher Durang, die ik nog steeds bewonder. In de jaren '80 begon theater echt saai te worden: alles draaide om winst en het was moeilijk om er kansen te krijgen.”

“Mijn overgrootouders, die 106 en 109 werden trouwens, spraken Jiddisch, en het is dan ook van hen dat ik het heb geleerd. In The Food Chain gebruik ik dat accent omdat dat mijn eerste toneelstuk is waar de karakters expliciet joods zijn.”

“Naast mijn joodse identiteit, is er nog een ander aspect van mijn persoonlijkheid dat mijn schrijven beïnvloedt, namelijk mijn homoseksualiteit. In mijn stukken is homoseksualiteit echter geen hoofdthema meer zoals het geval was in het toneel van tien jaar geleden. Ze speelt nooit een grotere rol dan de heteroseksualiteit van een personage zou doen. Dat is een vaststaand feit, en ik vind het aangenaam te denken dat dit een gevolg is van de vooruitgang.”

“Ik probeer in alle bescheidenheid mijn verhalen op een zo interessant mogelijke manier te brengen. Voor mij zijn ze niet aanstootgevend, maar dat komt waarschijnlijk omdat ze zéér aanstootgevend waren toen ik 15 jaar geleden begon te schrijven voor het theater.”

“Alle personages in mijn stukken, met één of twee uitzonderingen, verlangen zo hopeloos naar dingen dat het bij bepaalde gelegenheden extreem gedrag veroorzaakt. Ze hebben dingen nodig en streven ze, na kost wat kost. Wat mijn stukken interessant maakt, is dat de personages geleid worden door tegenstrijdige verlangens. Ik weet dat het behoorlijk geschift klinkt, maar ik hou van ze. Ik zou met elkeen van hen willen gaan eten.”

“Iedereen ziet er 100% beter uit in kleren met verticale strepen.”

bronnen

  • Michael Elkin, Playwright (and PA native) Nicky Silver, in: The Jewish Exponent, 1995.
  • Michael Elkin, Food For Thought and Conversation: Playwright and Star Feats On, in: The Jewish Exponent, 1995.
  • Rob Nixon, Nicky Silver, Outrageousness is Relative, in: Etcetera Magazine, 1995.
  • Robert Leier, Portraying Fat Men in Skirts and Other Kinds of Freaks, in: The Forward, 1995.

naar bovenarrow up | pijl naar boven