documentatie & illustratie bij Dikke Mannen in Rokjes van Nicky Silver

Sapir-Whorf hypothese

In de taalwetenschap stelt de Sapir-Whorf Hypothese (SWH) dat niet alle gedachten van een individu in een bepaalde taal kunnen worden begrepen door wie een andere taal gebruikt. De SWH stelt dat de manier waarop mensen denken sterk wordt beïnvloed door hun moedertaal. Het is een controversiële hypothese, verdedigd door de taalkundige Edward Sapir en zijn leerling Benjamin Whorf

Sapir behandelde de hypothese in 1929. De SWH werd populair in de jaren 1950, na de postume publicatie van de geschriften van Whorf over dit onderwerp. In 1955 creëerde Dr. James Cooke Brown de Loglan taal (waaruit de variant Lojban ontstond) met de bedoeling de hypothese te testen. Deze werd tijdens de daaropvolgende decades fel aangevallen door de aanhangers van Noam Chomsky. Tegenwoordig wordt de hypothese geaccepteerd door de meeste taalkundigen, maar dan alleen in de afgezwakte betekenis dat taal invloed kan hebben op het denken (taalkundige relativiteit). Een Chomskiaanse weerlegging is te lezen in het boek van Steven Pinker, The Language Instinct.

Centraal in de Sapir-Whorf hypothese staat de idee van taalkundige relativiteit: de verschillende betekenissen van gerelateerde termen in een taal zijn dikwijls willekeurig, en eigen aan die bepaalde taal. Sapir en Whorf gingen een stap verder door de argumenteren dat iemands wereldbeeld voornamelijk bepaald wordt door de beschikbare woordenschat en syntax in zijn of haar taal (taalkundig determinisme). Whorf noemde zijn versie van de theorie meer bepaald het principe van taalkundige relativiteit.

voorbeelden

De Sapir-Whorf hypothese zegt dat de taal die wij spreken ons denken beïnvloedt. Een voorbeeld hiervan is het woord voor brug, dat in het Duits vrouwelijk, en in het Spaans mannelijk is. Een Duitser zal aan een brug eerder de eigenschap mooi toekennen, een Spanjaard de eigenschap sterk.

Een ander voorbeeld is het concept sneeuw: Omdat sneeuw bij de Eskimo's een aantal realiteiten omvat die bij ons niet relevant zijn, bestaat er in de Eskimotaal ook een grotere woordenschat om sneeuw te benoemen. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld de hardheid van de sneeuw bepaalt hoe ze die sneeuw kunnen gebruiken in hun dagelijks leven (smelten, iglo's bouwen) of welk rijtuig het meest geschikt is om zich voort te bewegen bij dat type sneeuw. Omdat sneeuw in deze contreien een minder alledaagse realiteit is, is de noodzaak om de verschillende soorten sneeuw te benoemen, dan ook kleiner.

eskimoijs :: inuit

Battus, Opperlans! Taal- en Letterkunde, Querido, Amsterdam 2002

Als de poolnacht valt en de eskimo's zitten in de iglo en de kaars is op, dan is er altijd een oude eskimo die hen vertelt: "Weten jullie dat ze in Holland wel honderd woorden voor ijs hebben? Je hebt daar pistacheijs en paardenijs en schotsijs en chocoladeijs en hazelnotenijs en weldijs en citroenijs en sinaasappelijs en meloenijs en hanekammenijs en landijs en ananasijs en kuipersijs en bakkersijs en heusijs en nachtijs en kunstijs en sneeuwijs en vrouwenijs en zeeijs en koffieijs en consumptieijs en sprintijs en spikkeltjesijs en kinderijs en olaijs en italiaansijs en vanilleijs en vruchtenijs en aardbeienijs en steenijs en roomijs en rulijs en gladijs en elfstedentochtijs en poolijs en poppelijs en plankijs en perzikijs en tomaatijs en pakijs en kraakijs en nederijs en frambozenijs en stracciatellaijs en bergijs en drijfijs en plombièreijs en mokkaijs en fluitijs en waterijs en dunijs en zwartijs en softijs en perenijs ..."

Allen in de iglo verbaasden zich over het feit dat de Hollanders zoveel soorten ijs onderscheiden en de jonge eskimootjes probeerden al die woorden te onthouden om later als ze oud waren en ze zaten in de iglo en de kaars was op, dit verbazingwekkende feit over de Hollandse taal zelf te kunnen vertellen.

Op een dag ging een eskimo naar Amerika met een studiebeurs om taalwetenschap te gaan studeren. Hij vertelde daar over de honderd woorden voor ijs die de Hollanders bezaten en werd uitgelachen. Hij ging naar Holland en hij vond dat er maar twee soorten ijs waren: bevroren water waar je op kon schaatsen, en een soort zoete sneeuw die je likkend op kon eten. Die honderd woorden waren gemaakt zoals een Hollander van elk woord wel honderd samenstellingen kon maken. Hij ging terug naar huis, en toen op een poolnacht weer het verhaal werd verteld over hoe Hollanders honderd soorten ijs hebben, zei hij dat dat helemaal niet waar was. Dat de Hollanders maar twee soorten ijs hadden, en wel: bevroren water waar je op kon lopen en een soort zoete sneeuw die je likkend op kon eten. De eskimo's sloegen hem dood en tot op de dag van vandaag vertellen ze hoe wonderlijk het is dat de Hollanders honderd woorden voor ijs hebben. Er zijn misschien wel eskimo's die eraan twijfelen, maar zij hebben geen zin om te worden doodgeslagen. Op een dag kwam er een Hollander, maar die vroegen ze maar niks over ijs. De Hollander zei trouwens dat hij eigenlijk een Nederlander was. Daarop zei een eskimo dat hij eigenlijk een Inuit was en dat vond die Nederlander weer lachtig interessant, want ze liepen inderdaad de iglo in en uit.


naar bovenarrow up | pijl naar boven