de Eros-leer van Plato
Eén van de mooiste geschriften over Liefde: Plato's opvattingen over Eros — de liefde — vinden we in het Symposium. In het hoofdstuk 'de trap naar de schoonheid' vertelt Socrates tijdens een drinkgelag het verhaal dat aan hem werd verteld door Diotima.
Volgens Plato is Eros onze reactie op schoonheid. Zodra wij schoonheid zien willen we het bezitten en er altijd bij in de buurt zijn. Eros kan zich richten op het niveau van de zintuiglijke waarnemingen, bijvoorbeeld mooie lichamen en mooie dingen. Maar wat er gebeurt als we dikwijls mooie dingen zien, is dat we de schoonheid van alle dingen gaan waarderen en niet de schoonheid van één enkel object, we gaan als het ware de afspiegeling van de Idee schoonheid herkennen in alle dingen die mooi zijn.
Eros kan zich ook richten op een hoger niveau, zo kunnen we ons ook richten op de schoonheid in het algemeen, de schoonheid van theorieën of de schoonheid van de geest. Eros richt zich dus op een steeds abstracter niveau en op een gegeven moment zal je in een flits van een seconde de Idee van schoonheid zelf schouwen. Deze liefde voor de intellectuele schoonheid is een waardevollere liefde dan de liefde voor de schoonheid van de materiële dingen.
de trap naar de schoonheid [fragment]
Plato, Socrates' leven en dood, vertaald door Gerard Koolschijn, uitgeverij Athenaeum—Polak & Van Gennep, Amsterdam 2000
Diotima: Nu wordt wel eens het verhaal verteld dat liefde het zoeken is naar de andere helft van jezelf, maar volgens mijn redenering is liefde niet gericht op een helft, en evenmin op een geheel, als die niet toevallig, beste vriend, waardevol zijn. Want mensen zijn zelfs bereid hun eigen handen en voeten te laten afhakken, als ze denken dat iets van henzelf schadelijk is. Het is volgens ij niet zo dat iedereen gehecht is aan wat van hemzelf is, of je moest 'waardevol' gelijk stellen met 'dat wat bij jezelf hoort' en 'waardeloos' met 'dat wat niet bij je hoort'. Mensen begeren nu eenmaal niets anders dan wat waardevol is. Of dacht jij van niet?
Socrates: God nee, ik niet.
D: Kunnen we dus zo zonder meer zeggen dat mensen begeren wat waardevol is?
S: Ja.
D: En? Moeten we daaraan niet toevoegen dat ze ook begeren dat waardevolle zelf te hebben?
S: Ja.
D: En dan verder niet alleen het te hebben, maar het voor altijd te hebben?
S: Ook dat.
D: Dus kort samengevat is liefde de begeerte om wat waardevol is voor altijd zelf te hebben.
S: U hebt volkomen gelijk.
D: Wanneer liefde dan altijd daarop is gericht, op welke manier moet je er dan naar streven, met welke handelingen, wil aan je inzet en toewijding de naam 'liefde' worden gegeven? Wat is dat voor activiteit? Kun jij dat zeggen?
S: Nee, dan zou ik ù niet zo om uw inzicht bewonderen, Diotima, en steeds bij u langskomen om die dingen juist te leren.
D: Dan zal ik het je zeggen. Die activiteit is: verwekken bij het mooie, zowel lichamelijk als geestelijk.
S: Dat is orakeltaal, ik begrijp niet wat u bedoelt.
D: Dan zal ik het duidelijker zeggen. Kijk, Socrates, ieder mens is zwanger en heeft een bepaalde potentie, zowel lichamelijk als geestelijk, en wanneer de leeftijd is gekomen, verlangt onze natuur te verwekken en te baren. Verwekken bij het lelijke kan hij niet, alleen bij het mooie. Dat is een goddelijke zaak en in een sterfelijk wezen is dat het onsterfelijke element: verwekking en zwangerschap. Maar wanneer er geen harmonie is, kan dat onmogelijk plaatsvinden. Nu is dat wat lelijk is in disharmonie met alles wat goddelijk is, alleen het mooie vormt darmee een harmonische eenheid. Dus Schoonheid is de godin die toeziet en helpt bij geboorte. Wanneer dat wat vruchtbaar is daarom iets moois nadert, wordt het zacht, genietend ontspant het zich en bevrucht. Maar tegenover iets wat lelijk is trekt het zich nors en somber samen, het wendt zich af en krimpt ineen en verwekt niet maar houdt zijn zaad vast als een benauwende last. Daardoor komt het dus dat het potente en al volop rijpe hevig opgewonden raakt over iets wat mooi is, want dat bevrijdt degene die het heeft van grote weeën. Liefde, Socrates, is namelijk niet gericht op wat mooi is, zoals jij denkt.
S: Waarop dan wel?
D: Op baren en verwekken bij het mooie.
S: Zou het?
D: Beslist. En waarom dan wel op verwekken? Omdat verwekking voor een sterfelijk wezen iets eeuwigs en onsterfelijks is. En onsterfelijkheid moet het, samen met wat waardevol is, op grond van onze conclusies wel verlangen, als liefde inderdaad de begeerte is waardevolle dingen voor altijd zelf te hebben. Op grond van die redenering moet liefde ook wel op onsterfelijkheid zijn gericht.
D: Wat is volgens jou de oorzaak van die liefde en dat verlangen, Socrates? Of merk je niet op hoe vreselijk alle dieren eraan toe zijn wanneer ze verlangen te verwekken, zowel de dieren op het land als de vogels. Ze zijn allemaal ziek en opgewonden van begeerte, in de eerste plaats over het paren met elkaar en verder over de voeding van wat er geboren wordt. Zelfs de zwaksten zijn bereid om voor hun jongen met de sterksten de strijd aan te binden en te sterven. Ze laten zichzelf folteren door honger om die jongen groot te brengen, en hebben alles voor ze over. Kijk, van mensen zou je nog denken dat ze dat doen op grond van rationele overwegingen, maar dieren, wat is de oorzaak dat die zo opgewonden raken? Kun jij dat zeggen?
S: Ik weet het niet.
D: Denk je dan ooit een expert te zullen worden in erotiek, als je dat niet begrijpt?
S: Maar daarom kom ik toch bij u, Diotima, zoals ik net al zei, in het besef dat ik leraren nodig heb. Zegt u me maar wat daarvan de oorzaak is, en van alles wat met erotiek in verband staat.
D: Nu, als je gelooft dat liefde van nature is gericht op dat waarover we het al vaak eens zijn geworden, hoeft dat je niet te verbazen. Want hier streeft volgens hetzelfde principe de sterfelijke natuur ernaar steeds zoveel mogelijk onsterfelijk te zijn. En dat kan alleen op die manier, door verwekking, omdat hij dan steeds iets nieuws achterlaat in plaats van het oude. Want ook gedurende de tijd dat van individuele levende wezens gezegd wordt dat ze leven en hetzelfde zijn, zoals iemand bijvoorbeeld van kinds af aan tot hij oud is geworden dezelfde wordt genoemd—zo iemand houdt toch dezelfde naam hoewel hij nooit hetzelfde in zich heeft, maar steeds nieuw wordt en dat andere verliest, zowel bij zijn haar als in zijn vlees, z'n botten, z'n bloed en z'n hele lichaam. En niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch: iemands manier van doen, zijn gewoontes, meningen, verlangens, vreugde, verdriet, angsten, al die verschillende dingen blijven nooit hetzelfde bij iedereen, maar het één ontstaat en het ander vergaat. En nog veel merkwaardiger is dat ook kennis niet alleen deels ontstaat en deels verloren gaat bij ons, waardoor we ook wat kennis betreft nooit dezelfde mensen zijn, maar dat ook met elke afzonderlijke vorm van kennis hetzelfde gebeurt. Wat wij 'repeteren' noemen veronderstelt toch dat kennis verdwijnt, want vergeten is het verdwijnen van kennis, en dat repeteren zorgt, door de kennis die weggaat weer door nieuwe te vervangen, dat de kennis behouden blijft, zodat het lijkt of die dezelfde is. Dat is de manier waarop al het sterfelijke blijft bestaan, niet doordat het altijd volkomen hetzelfde is, zoals het goddelijke, maar doordat iets wat weggaat en ouder wordt iets nieuws achterlaat dat daarop lijkt. Door middel daarvan, Socrates, heeft iets wat sterfelijk is een aandeel in de onsterfelijkheid, zowel een lichaam als al het andere. Op een andere manier kan het niet. Het hoeft je dus niet te verbazen dat alles van nature zijn eigen geslacht eert. Want ter wille van de onsterfelijkheid is dat streven en de liefde bij iedereen te vinden.
S: Zo, wijze Diotima, zou dat werkelijk zo zijn?
D: Ongetwijfeld Socrates. Neem de mensen nu eens en kijk naar hun eerzucht. Je zou toch verbaasd zijn over hun rationaliteit, als je niet beseft wat ik heb gezegd, wanneer je bedenkt hoe vreselijk ze eraan toe zijn door hun begeerte om beroemd te worden en voor eeuwig onsterfelijke roem te verkrijgen, en daarvoor bereid zijn werkelijk elk risico te lopen, meer nog dan voor hun kinderen, en een vermogen te spenderen, alle denkbare inspanningen te leveren en ervoor te sterven. Want denk jij soms dat Alkestis voor Admetos zou zijn gestorven of Achilles Patrokles in de dood zou zijn gevolgd of dat jullie Kodros voor zijn tijd was gestorven ten bate van het koningschap van zijn kinderen, als ze niet hadden gedacht dat er 'een onsterfelijke herinnering' aan hun eigen moed zou zijn, die wij nu ook hebben? Geen sprake van. Nee, het is ongetwijfeld om een sterfelijke prestatie te leveren en eenzelfde soort beroemdheid te krijgen dat alle mensen zich tot het uiterste inspannen, vooral als ze veel talent hebben. Want ze zijn op het onsterfelijke verliefd.
Wanneer nu iemands potentie lichamelijk is, wendt hij zich meer tot vrouwen en gaat zijn begeerte die kant op, waarbij hij zich naar zijn idee door voortplanting voor eeuwig onsterfelijk, herinnering en geluk verwerft. Maar wanneer het een psychische potentie is—want er zijn mensen die nog meer in hun ziel potent zijn dan in hun lichaam, zwanger van iets wat bij de ziel past en wat een ziel hoort te baren—wat past daar dan bij? Inzicht en alle andere geestelijke kwaliteiten. Onder hen zijn dus zowel alle scheppende kunstenaars als de ambachtslieden van wie men zegt dat ze oorspronkelijk werk maken. Maar verreweg het belangrijkste en het mooiste inzicht, is dat met betrekking tot de politiek en de inrichting van de maatschappij, dat wel 'gevoel voor verhoudingen' en 'rechtvaardigheid' wordt genoemd. Wanneer iemand nu van jongs af daarvan in zijn ziel zwanger is, omdat hij iets goddelijks heeft, en zodra de leeftijd is gekomen verlangt te baren en te verwekken, zoekt ook hij natuurlijk in zijn omgeving naar iets moois waarbij hij kan baren, want bij iets lelijks baart hij nooit. Hij wordt dus, met zijn potentie, door mooie lichamen eerder aangetrokken dan door lelijke, en als hij dan ook nog een ziel aantreft die mooi, sterk en begaafd is, wordt hij door beide tegelijk wel heel sterk aangetrokken. Tegenover zo iemand vindt hij meteen een overvloed van woorden over morele kwaliteit en wat een waardevol mens is en waarmee men zich moet bezighouden, en hij probeert hem te vormen. Want door die schoonheid aan te raken en ermee om te gaan baart hij natuurlijk en brengt hij voort waarvan hij al die tijd zwanger was, zowel in aanwezigheid van de ander als zonder hem, wanneer hij aan hem denkt. En wat er is voortgebracht brengt hij samen met die ander groot, zodat zulke mensen onderling een veel sterkere band krijgen, en een hechtere vriendschap, omdat ze mooiere en eerder onsterfelijke kinderen gemeenschappelijk hebben. Iedereen zou bij voorkeur liever zulke kinderen hebben gekregen dan kinderen van vlees en bloed. Wanneer men naar Homerus kijkt en naar Hesiodos en de andere grote dichters, is men jaloers vanwege het soort voortbrengselen dat zij van zichzelf achterlaten, die hun onsterfelijke roem en nagedachtenis verschaffen doordat ze zelf zo zijn. Of neem het soort kinderen dat Lykourgos in Sparta achterliet om Sparta en eigenlijk heel Griekenland te redden. En bij jullie staat Solon weer in aanzien vanwege de wetten die hij heeft voortgebracht, en andere mensen op allerlei andere plaatsen, zowel bij de Grieken als in het buitenland, die veel schitterende prestaties hebben geleverd en alle mogelijke kwaliteiten hebben voortgebracht. Voor hen zijn er ook al veel heiligdommen gekomen vanwege dat soort kinderen, maar vanwege kinderen van vlees en bloed nog voor niemand.
Nu kan misschien in dit aspect van de erotiek ook iemand als jij nog wel worden ingewijd, Socrates, maar de volledige inwijding en aanschouwing, waartoe ook dat andere dient als je de juiste weg volgt, ik weet niet of je daartoe in staat zult zijn. In elk geval zal ik die wel bespreken, aan mijn inzet zal het niet ontbreken. Probeer jij me dan te volgen, als je daartoe in staat bent.
Kijk, als je deze zaak op de juiste manier benadert,moet je beginne, als je jong bent, naar mooie lichamen te gaan. Als je gids je op de juiste manier leidt, ben je eerst op één van die lichamen verliefd en breng je daar mooie woorden voort, en vervolgens kom je zelf tot het inzicht dat de schoonheid van het ene lichaam met die van een willekeurig ander lichaam verwant is en dat het een grote dwaasheid is, als het erom gaat uiterlijk schoon na te jagen, de schoonheid bij alle lichamen niet als één en hetzelfde te beschouwen. Wanneer je dat hebt begrepen ontwikkel je je tot een minnaar van alle mooie lichamen en van dat hevige voor één persoon maak je je los, je kijkt erop neer en vindt het onbelangrijk. Daarna begin je aan psychische schoonheid meer waarde te hechten dan aan de lichamelijke zodat, ook al bezit iemand die psychisch begaafd is maar weinig aantrekkelijkheid, dat voldoende voor je is om verliefd te zijn en voor hem te zorgen en het soort ideeën voort te brengen en te zoeken, dat de ontwikkeling van jongen mensen ten goede zal komen. Dan word je weer gedwongen te bestuderen wat er in gedragingen en normen mooi is, en daarvan te zien dat het allemaal onderling verwant is, om te zorgen dat je de schoonheid van lichamen als iets onbelangrijks gaat beschouwen. Na de gedragingen moet je naar de wetenschap worden gebracht, zodat je ook van kennis weer de schoonheid kunt zien, en met inmiddels al die schoonheid voor ogen niet meer in slaafse tevredenheid met dat ene—omdat je van de schoonheid van een jongen houdt of van een of ander mens of een bepaald gedrag—en in dienst daarvan een onbeduidend en bekrompen mens bent, maar op die oceaan van schoonheid gericht bij de aanschouwing daarvan veel mooie en grootse woorden en gedachten voortbrengt, in een rijke filosofische activiteit, tot je daarbij, gesterkt en gegroeid, één bepaalde vorm van kennis ontwaart die betrekking heeft op een schoonheid van de volgende aard. En probeer nu je aandacht er zo goed mogelijk bij te houden.
Als je namelijk zover in de kennis van de liefde bent opgeleid en in de juiste volgorde hebt aanschouwd wat mooi is, zul je wanneer je dan het volmaakte inzicht in de liefde nadert plotseling iets waarnemen van een wonderlijke natuurlijke schoonheid: datgene, Socrates, waarvoor dus ook al die vroegere inspanningen dienden, iets wat er om te beginnen altijd is en niet ontstaat of vergaat, niet groeit of afsterft, en verder niet in het ene opzicht mooi is en in het andere lelijk, of nu eens wel en dan weer niet, of in verhouding tot het één mooi en voor anderen lelijk. Ook zal die schoonheid zich weer niet aan je voordoen in de vorm van een gezicht, of van handen of andere dingen die iets lichamelijks hebben, ook niet als één of ander idee of een vorm van kennis en ook niet als iets wat ergens in iets anders bestaat, in een levend wezen bijvoorbeeld, of in de aarde of in de hemel of waarin dan ook. Nee, het is altijd eenvormig, alleen, op zichzelf, bij zichzelf, en alles wat verder mooi is deelt erin op zo'n manier dat wanneer die andere dingen ontstaan en vergaan, die schoonheid in geen enkel opzicht meer of minder wordt en geen enkele invloed ondergaat.
Wanneer je dus van de dingen om ons heen langs de juiste soort jongensliefde omhoog gaat en die schoonheid begint te ontwaren, dan heb je het uiteindelijke doel ongeveer binnen bereik. Want dat is de juiste manier om tot het inzicht in die liefde te komen of door een ander te worden gebracht: beginnen met de mooie dingen om ons heen en dan terwille van die schoonheid omhoog gaan, als het ware langs de treden van een trap, van één naar twee en van twee naar alle mooie lichamen, en van die mooie lichamen naar de mooie gedragingen en van die gedragingen naar de mooie studies en dan van die studies uit te komen bij de studie die niets anders dan die schoonheid zelf bestudeert, zodat je uiteindelijk de eigenlijke schoonheid leert kennen. Zo ergens, m'n beste Socrates, dan is daar het leven voor een mens waard om geleefd te worden, bij de aanschouwing van de eigenlijke schoonheid. Als je die ooit te zien krijgt, zul je die niet vergelijkbaar vinden met goud en kleding en mooie kinderen en jongens, bij de aanblik van wie je nu overstuur raakt. Want jij en allerlei anderen zijn bereid wanneer jullie je geliefde zien en steeds met hem verkeert, als dat op een of andere manier mogelijk was niet te eten of te drinken maar alleen te kijken en bij hem te zijn. Wat moeten we dan niet verwachten als het je overkwam dat je de eigenlijke schoonheid te zien kreeg, puur, zuiver, onvermengd, niet bedolven onder menselijk vlees en kleur en allerlei andere sterfelijke onzin, maar als je eigenlijke goddelijke schoonheid in haar ene gedaante kon zien? Denk je dat het een onbeduidend leven zou zijn wanneer een mens het oog daarop richt en dat met het juiste middel aanschouwt en ermee verkeert? Je beseft toch wel dat je alleen dan, doordat je het mooie ziet met het middel waarmee het gezien moet worden, erin zult slagen niet afbeeldingen van morele kwaliteit voort te brengen—want het is geen afbeeldingen waarmee je in aanraking komt—maar iets wat echt is, want je bent met het echte in aanraking. En wie echte morele kwaliteit heeft voortgebracht en ontwikkeld, aan hem is het gegeven god te behagen en meer dan enig ander mens ook zelf onsterfelijk te worden.
naar boven
|