flyer 'Wild Vlees', naar het 'Satyricon' van Petronius, productie podiumkunstenaarscollectief de Bloedgroep, regie Sam Bogaerts

Wild Vlees

jazztheater

"Alleen wie rijk is, wordt gerespecteerd." (Trimalchio, personage uit de Satyricon)

Trimalchio is een schatrijke gewezen slaaf. Hij organiseert een groot banket. De genodigden zijn bijna allemaal vrijgelaten slaven, die tot hun eigen frustratie geen hogere vorming hebben genoten. Ze kunnen hooguit lezen en schrijven, ze blinken vooral uit in rekenen. Ze zijn daar gefrustreerd over, maar misprijzen anderzijds de 'wetenschap'. Zij denken en voelen op dezelfde manier, hebben hetzelfde moreel niveau en zijn erg materialistisch ingesteld. Sommigen zijn miljonairs, anderen gewoon bemiddeld, nog anderen geruïneerd, maar geld is voor hen alles. Wars van grote illusies en idealen geven zij blijk van een bijzondere groepssolidariteit.

reacties

theater als jamsessie

Wouter Hillaert | De Morgen dd

Zoals bij het banket van Trimalchio in Satyricon laat ook De Bloedgroep zijn publiek gratis aanschuiven aan een gedekte tafel. Weinig ligt vast, alles kan gebeuren. Wild Vlees draait om dineren als theater, maar ook om theater in dienst van het geld.

In het Satyricon van Caius Petronius Arbiter, zowat de enige overlevende roman uit de Romeinse era, vormt het centrale feestmaal een verderfelijke scène van rijkdom, verspilzucht en cliëntelisme, waarbij allerlei kunstjes de vertering moeten bevorderen. Dineren als theater, maar ook theater in dienst van het geld: rond die thema's is Sam Bogaerts aan de slag gegaan met zijn studenten van het Gentse Conservatorium.

Rond de scène hangen artikels die hun repetities gespekt hebben: dat de nieuwste generatie een arme zal zijn, dat onze tijd aan zijn eigen showdrift leidt en dat kunststudenten de lijst aanvoeren van afgestudeerden die na een jaar nog altijd werkloos zijn. O tempora, o mores. Bij Trimalchio kon ene Primigenius nog lallen: "Een goede opleiding betekent een schat van geld en wat je geleerd hebt, blijft je eeuwig bij."

Wat kok Bogaerts zijn studenten wil bijbrengen is zich vrij voelen op scène, durven te improviseren. Op de zondagsmatinee bij de Vieze Gasten leverde dat in het eerste deel van Wild vlees treurige of net uitgelaten zangnummertjes op, terwijl je als disgenoot bij een glas wijn persoonlijke briefjes of een poëzietje ingefluisterd kreeg. Theater als kosteloze generositeit, goed voor de gemeenschapszin. De echte 'voorstelling' begint pas als de tafel weer leeg is. Onder slingerende lichtpeertjes plooit zich op een jamsessie van drie al even jonge muzikanten een mozaïek van beeldende solo's open, die samen Trimalchio's banket suggereren: slempende paartjes, halve dansen, een schoppartij, meisjes die zich in linnen wikkelen om zoals bij Petronius een skelet op te dragen, dat hier een bevallende vrouw komt aanstaren.

Net zo'n vergankelijk genot als het leven is deze geïmproviseerde Wild vlees: zeker gezellig, soms intrigerend, dan weer niet meer dan een schooloefening. Dat je er niks voor betaalt, moet die losheid in deze kapitalistische era rechtvaardigen.

Benjamin Van Tourhout

"ik was gisteren op wild vlees / en ik was daar blij om / fascinerend om te zien wat er gebeurt als mensen mogen praten op een plek waar we geacht worden te zwijgen / prachtige sessie / vuil en mooi en esthetisch en hard / de gebroeders fellini en passolini en castelucci leken rond te dwalen / mooi hoe iedereen samen speelt en als in een dans voelt wat waar en hoe / kortom een kontent mens stapte op zijn fiets de kou in"

Rita de Pita

"Rotslecht. 'k Zit nog liever op een plechtigecommuniefeest. En dan die Romeinse toga's van die tafellakens, wat een cliché!" Alleen de muziek was de moeite.

Herwig Deweerdt

"Ik vond het opzet en de setting zondag bij de Vieze Gasten zeer mooi en verrassend. De ongedwongen sfeer, het simultaan door elkaar laten gebeuren van verschillende acties, de mooie muziek, de videobeelden, de pjoeter, de lekkere soep ... Maar, met het tweede deel was ik minder mee. Ik had een sterk gevoel van 'oei, is dit niet wat we in de seventies ook allemaal zagen en deden?' Maar goed, het had (denk ik) niet de pretentie om een voorstelling te zijn die af was, en in die zin heb ik me niet geërgerd en wel geamuseerd."

Wim Willaert

"fantastische free-jazz in drie dimensies / ben ermee gaan slapen en ben ermee opgestaan ... / gezonde baksteen op de maag / holistische experimenten zijn een gemis op school / analyse is de ziekte der scholen / voelde me wel heel alleen en achtergelaten in het eerste deel wild vleesch / 'k had wat meer willen snoepen van gedichten en gesprekken in genotsvolle chaos / liedjes zijn mooie verhalen / kussen aan al dat vlees"

Jan Rispens

"... er waren prachtige momenten en de grote climax in de eerste helft van het tweede deel vond ik erg beklemmend. Ook de tafellakens die in Romeinse toga’s veranderden konden mij erg bekoren. De bruitages die de spelers voor hun rekening namen zorgden voor een echt klankdécor. Ik voelde  dat aan als een constante in de voorstelling. Klein punt van kritiek: het tweede stuk van het tweede deel kon de eerste climax moeilijk overtreffen, of anders gezegd: misschien kwam dat hoogtepunt wat vroeg. (...) en nog een bijkomende opinie: sommige zangprestaties vond ik verbluffend goed!"

arrow up | pijl naar boven