Over deze voorstelling en dit thema is zeer veel documentatie en duiding beschikbaar, voorlopig niet online, maar 'op verzoek'.

pers

nrc

Door Kester Freriks | 30/11/2001
Sam Bogaerts als Patrice Lumumba in 'Lumumba Bah'

Aan de zwarte muur van het repetitielokaal hangt een oude landkaart van Congo, tot 1960 een Belgische kolonie. Er staat nauwkeurig aangegeven welke missies ´katholiek´ zijn en welke niet. Intrigerender nog is de nauwkeurige aanduiding van de schatten die het land herbergt: goud, ivoor, uranium, koper, rubber, zink, oliepalm en zwarte gierst: 'negerrijst'.

De Amerikaanse theatermaakster Nadine Lavern en de Vlaamse regisseur Sam Bogaerts maken Lumumba-bah!, een voorstelling over de begaafde, charismatische Congolese premier Patrice Lumumba, die vanavond in Amsterdam in première gaat. Op 17 januari 1961, een half jaar na het uitroepen van de onafhankelijkheid, werd Lumumba vermoord. Zowel Lavern als Bogaerts zijn ervan overtuigd dat de Belgische regering hieraan schuldig is. Bogaerts:

"Ik schaam me ervoor Vlaming te zijn, te zijn geboren in een land dat Congo heeft uitgehold en kapotgemaakt. Sinds die moord tot zowat op heden schoven de politici de schuld in de schoenen van Congolese opstandelingen. Pas na de verschijning van het boek De moord op Lumumba (1999) van Ludo De Witte besloot het Belgische parlement een enquêtecommissie in te stellen."

Bogaerts verwierf in Nederland bekendheid met regies voor Toneelgroep Amsterdam en Theater Malpertuis. De zwarte Amerikaanse Nadine Lavern maakte eerder Grab it Grip it en Marv. Zij is opgegroeid in Brooklyn (New York) en hoorde rond haar tiende over Lumumba, van haar vader. Lavern:

"Ik zag aan mijn vader, aan de emotionele manier waarop hij vertelde, dat hij zich identificeerde met de vrijheidsstrijder Lumumba. Het was in de tijd van Martin Luther King en de Black Panthers. De zwarte gemeenschap werd zich bewust van haar ondergeschikte positie. Er waren veel problemen met de blanken, in Amerika en in Afrika. En Lumumba was een voorbeeld voor de zwarten, als de eerste, met overweldigende meerderheid gekozen premier van Congo."

Nadine Lavern heeft scherpe kritiek op de hovaardige houding van de blanke regeringen. Refererend aan de aanslagen op 11 september zegt ze:

"De Amerikanen hebben geen interesse in de andere landen van de wereld. Ik geloof er heilig in dat je bent waar je vandaan komt. Amerika bestaat uit miljoenen mensen die overal vandaan komen. Maar de regering heeft voor al die nationaliteiten geen belangstelling. Onze president Eisenhower stond ook achter de liquidatie van Lumumba, omdat Amerika zoveel zakelijk belangen had in Congo. Voor mij staat gebrek aan historische belangstelling gelijk aan maatschappelijke terugval."

Patrice Lumumba ging op de dag van onafhankelijkheid, 30 juni 1960, de confrontatie met Koning Boudewijn niet uit de weg. Vlak nadat Boudewijn een speech had gehouden waarin hij zijn vader Leopold II een genie had genoemd die Congo de beschaving had geleerd, nam Lumumba het woord. Hij richtte zich tot zijn eigen volk. Hij hield een vlammende toespraak, waarin hij het koloniale bewind slavernij en vernedering verweet. Lumumba zei: "We moesten beledigingen en spot ondergaan, elke ochtend, middag en avond."

Bogaerts:

"Boudewijn wilde terstond terugvliegen naar België, maar werd daarvan weerhouden." Bogaerts opent het boek van Adam Hochschild, De Geest van Koning Leopold II, met foto's van afgehakte handen en voeten van zwarte kinderen, mannen en vrouwen. "Zoiets zou je typerend voor België kunnen noemen: stelselmatig je plan trekken. Het was natuurlijk beledigend van Boudewijn ten overstaan van de Congolese gemeenschap, die zoveel onder de overheersing had geleden, de man die het alles bedacht een genie te noemen. In onze voorstelling maken we gebruik van historisch materiaal, videobeelden, clips en animaties. We hebben veel geput uit het parlementair onderzoek dat op 16 november werd gepubliceerd."

Lavern:

"Hoe kan een blanke regering zonder enig teken van schaamte besluiten de gekozen premier te elimineren van een land dat groter is dan Nederland, Frankrijk, België en Italië tezamen? In de voorstelling maken we een reis door de tijd om de verschillende aspecten van kolonialisme en racisme uit te beelden. In de jaren vijftig en zestig was ik een klein, bang kind. Er gebeurde zoveel om me zorgen over te maken. Over die angsten wil ik in Lumumba-bah! spreken en daar vorm en uitbeelding aan geven."

etcetera

door Loek Zonneveld | 1/2/2002
painting Patrice Lumumba

De Filter Tijd deed op een zeer bijzondere manier zijn werk voor de Amerikaanse theatermaker Nadine Lavern en de Vlaamse acteur/regisseur Sam Bogaerts. Voor hun gezamenlijke voorstelling Lumumba-bah! kozen zij als aanleiding en onderwerp de gruwelijke moord op de eerste zwarte Afrikaanse politieke leider ever, Patrice Lumumba, die in januari 1961 plaatsvond. Precies één maand voor hun voorstelling (in december 2001) in première ging, publiceerde een parlementaire onderzoekscommissie van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, onder stuk nummer 500312, gedateerd 16 november 2001, een venijnig rapport, waarin de vloer werd aangeveegd met de mythe dat de CIA achter die moord had gezeten. In het verlengde van de onthullingen van de Vlaamse onderzoeksjournalist Ludo De Witte, werd nu officieel aangenomen dat de Belgische regering, ja zelfs het Belgisch koningshuis, direct of indirect met deze politieke moord te maken hadden, hem in ieder geval méér dan oogluikend toestonden, en waarschijnlijk hartelijk hebben gesteund en gestimuleerd. Zulks was ook al gesuggereerd in de speelfilm Lumumba, die in de zomer van 2001 in de Belgische en Nederlandse bioscopen was te zien.

Toen in de eerste minuten van de voorstelling Lumumba-bah! de videoschermen aanfloepten, schrok ik zodanig, dat ik nu niet meer precies weet wat er eerst gebeurde, en wat daarna kwam. In mijn herinnering ging het zo: Sam Bogaerts, gezeten achter een tafel links vooraan op het speelvlak, begon de tekst te lezen die Koning Boudewijn op 30 juni 1960 in het Paleis der Natie in de Kongolese hoofdstad Leopoldstad (nu Kinshasa) uitsprak, ter gelegenheid van de souvereiniteitsoverdracht. "De onafhankelijkheid van Congo is de bekroning van het werk, dat door het geniale brein van Leopold II (Boudewijns grootvader) werd ontworpen. Brengt de toekomst niet in gevaar door overhaaste hervormingen en vervangt de organen die België u overdraagt niet eer gij zeker zijt dat gij het beter kunt doen." Op een van de videoschermen nam een soort stripfiguur-Boudewijn het van Bogaerts over. Dan, in eerste instantie weer uit de mond van Bogaerts, de scandaleuze teksten waarmee Patrice Lumumba in juni 1960 de royale feestvreugde kwam bederven, wat heet, waarmee de eerste zwarte premier ministre van het onafhankelijke Congo, Koning Boudewijn zodanig diep beledigde, dat deze stante pede de eerste Sabena-vlucht terug naar Brussel wilde nemen. Lumumba: "Wie zal vergeten dat men tegen een zwarte jij zei, niet zoals men dat tegen een vriend zegt, maar omdat het eerbare u enkel voor blanken was voorbehouden." Op een van de videoschermen neemt in de voorstelling Lumumba-bah! de echte Lumumba het van Sam Bogaerts over.

"We hebben ervaren dat de wet, naargelang het om een blanke of een zwarte ging, verschillend werd toegepast: inschikkelijk voor de ene, wreed en onmenselijk voor de andere. Wie zal er tenslotte de terechtstellingen vergeten, waarbij zoveel van onze broeders omkwamen, en de kerkers waarin diegenen brutaal gegooid werden die zich niet meer wilden onderwerpen aan het regime van onderdrukking en uitbuiting?."

De wereldvreemde snotneus, die de Belgische koning Boudewijn toen al was - hij stond in juni 1960 op punt van huwen met de personificatie van de wereldvreemdheid zelve, de Portugese prinses Fabiola - verdroeg deze kraakheldere anti-koloniale teksten niet. Zijn militairen, verre van wereldvreemd, want haatdragend en rancuneus, slepen meteen hun messen. Hun verwoestende divide et impera-tactiek zou Patrice Lumumba binnen een half jaar letterlijk de kop kosten.

Met die teksten, met dat heen en weer schakelen tussen het tafeltje-met-microfoon-en-tekstboek-en-Sam-Bogaerts, en de historische beelden op een groot videoscherm, opent de produktie Lumbaba-bah! De reden van mijn schrik (met de bioscoopfilm Lumumba nog op mijn netvlies) was een even simpel als voorspelbaar vooroordeel: performance legt het af tegen bewegende beelden. Dat dit vooroordeel snel sneuvelde, heeft vooral te maken met een aantal sterk werkende aspecten van deze voorstelling.

Vooreerst de rolverdeling tussen Nadine Lavern en Sam Bogaerts. Lavern, een zwarte Amerikaanse, baseert haar bijdrage op woede; de woede over het feit dat enkele blanke regeringen (waaronder in ieder geval die van België en de Verenigde Staten) zonder enig teken van schaamte konden besluiten om de gekozen premier te elimineren van een voormalige kolonie die groter is dan Nederland, België, Frankrijk en Italië samen. De woede ook over het feit dat Lumumba zichzelf zand in de ogen strooide, door te denken dat hij de macht in handen had, terwijl hij zich daarin tomeloos vergiste. Lavern vraagt midden in Lumumba-bah! dan ook nijdig: "Who the fuck was in control?" Het mooie van die woede is dat ze het overgrote deel van de voorstelling niet wordt gespeeld maar gedemonstreerd. Lavern pleegt - zelfs als ze getuigend èn pesterig-moraliserend het publiek de retorische vragen You know why? of You know what? voorhoudt - een soort openbare sectie op het mechaniek van een lang in iemand voortwoelende razernij over onbegrijpelijke onrechtvaardigheden.

Tegenover Lavern staat Bogaerts, die met een glimlachend-relativerende, licht-bourgondische bonhommie commentaar geeft op de gebeurtenissen. Bogaerts was twaalf jaar jong toen België met het fenomeen 'Lumumba' werd geconfronteerd, hij kijkt niet zonder vertedering (maar ook niet zonder schaamte) terug op zijn kinderlijke reactie van toen: op straat speelde hij bijvoorbeeld met zijn vriendjes 'Lumumba-tje' ('negertje' - 'En ik vond het nog leuk ook').

In de keelsnoerende slotscène van de zo'n tachtig minuten durende voorstelling komen de woede ('hoe kan dit?') en de relativerende berusting ('zie de mens') bij elkaar. Bogaerts gaat in zijn onderbroek op de grond liggen, een microfoon vlak boven zijn hoofd. Hij speelt en vertelt het laatste half uur, de laatste minuten van Patrice Lumumba. Zijn monoloog is een mix van gruwelijke feiten en een inkijk in het hoofd van een mens die weet dat hij sterven gaat, die weet dat iedere minuut een geleende minuut is, en ieder beeld het laatste beeld. Die laatste twintig minuten behoren tot het mooiste wat ik dit seizoen op een podium zag. Mijn schrik van de eerste minuten was ondertussen als sneeuw voor de zon verdwenen. En ik wist weer, wat ik eigenlijk al weet, maar wat iedere keer op een speelvloer heroverd moet worden, voor ik mezelf er gelukzalig door kan laten omarmen: zulke van god gegeven eenvoudige maar messcherpe bezorgers van een eenvoudige maar messcherpe vertelling, winnen het altijd van welk bewegend beeld dan ook!

Loek Zonneveld in Etcetera dd 1/2/2002

arrow up | pijl naar boven