proef-affiche Dikke Mannen In Rokjes

pers

radio 1 & klara

"Terwijl waarden en normen overboord gegooid worden zit je je dikwijls te bescheuren van het lachen, o.a. door de knotsgekke dialogen waarin toch vreselijke scènes worden neergezet. (...) Het is gewoonweg verrukkelijk wat we Tania Van der Sanden, Sus Slaets, Jobst Schnibbe en Eva Schram zien doen. Zij amuseren zich duidelijk, en wij ook. (…) Ik heb vooral genoten van de geestige en pittige manier waarop zo’n compleet geschift verhaal wordt neergezet." (Pol Arias :: Radio 1)

"De vier acteurs zitten echt op de juiste golflengte, ze kunnen die ironisering die regisseur Bogaerts met de voorstelling nastreeft volledig realiseren. Dat is toch heel knap. Een voorstelling waar je fluitend buitenkomt. Een aanrader." (Paul Verduyckt :: Radio Klara)

zone 03

zwarte komedie over the American way of life

Een vliegtuig stort neer op een onbewoond eiland. Een dame en haar zoon van elf overleven als enigen de crash. De mondaine vrouw (Tania Van der Sanden) heeft tijd nodig om de realiteit te laten doordringen. Als een monument van Amerikaanse stedelijkheid baggert ze na uren nog op haar punthakken door het zand. De onhandige zoon (Sus Slaets) vond dat neerstorten wel 'heel cool': hij zaagt al gauw voor eten maar dat is er niet. Na het eten van de lippenstift rest hen niets anders dan het oppeuzelen van de menselijke resten. En als ook die voorraad op raakt, zal de zoon leren jagen en vissen en voor zijn moeder zorgen. In enkele flashbacks zie je haar relatie met haar man (Jobst Schnibbe). Als jonge bruid is ze zo’n naïeve Kempische flapuit. Koopverslaafd dweilt zij schoenenwinkels af terwijl hij in clubs floddert met vrouwen. Je ziet ook hoe hij reageert op het nieuws van de crash en hoe hij al snel daarna gaat samenwonen met zijn maitresse (Eva Schram).

Intussen overleven moeder en zoon. Zij takelt wat af door gebrek aan make-up, terwijl hij door zijn leven als oermens tussen apen hun gedrag overneemt en als een macho spierbundel zijn moeder als vrouw tot zich neemt. Na vijf jaar worden ze toch ontdekt en komen ze naar hun huis dat onherkenbaar is ingericht door haar man en diens zwangere nieuwe vrouw.

Dit is een heerlijke bizarre voorstelling met veel scènes en flashbacks op diverse locaties die vlot en naadloos in elkaar overlopen. Hoewel in het stuk permanent kannibalisme en incest voorkomen, is het toch vooral een bijtende zwarte komedie over de American way of life en hoe die manier van leven snel afbrokkelt in extreme omstandigheden. Het stuk zit vol van die nietszeggende Amerikaanse woorden en uitdrukkingen. Tania Van der Sanden speelt de moeder ongelofelijk geestig en tegelijk intriest. Sus Slaets is knap als snotjong én als blaffende oermens die iedereen om de haverklap een andere scheldnaam geeft, van spleetbrein tot fluimkop. Eva Schram en Jobst Schnibbe moeten minder extremen ondergaan maar spelen knap in diverse sferen. Een heerlijke, absurde maar niet vrijblijvende voorstelling in een sober strak decor.

een pilotenbeen legt ge toch niet op de grill!

cuttingedge

Moeder, vader, maîtresse, zoon, Oedipuscrisis, incest, vadermoord. Tot zover heeft “Dikke Mannen In Rokjes” (die kregen we gelukkig níet te zien) alles wat een klassieke tragedie moet hebben. Maar het stuk is veel meer – zeg gerust: iets helemaal anders – dan dat. Ook om Daniel Defoe’s “Robinson Crusoe” kon auteur Nicky Silver niet heen. Erg is dat niet, want hij is lang niet de enige: denk bijvoorbeeld aan “Cast away”, het uit de kluiten gewassen reclamefilmpje voor FedEx met Tom Hanks als vliegtuigbreukeling van dienst. Maar film is film: knip alle psychologische dramatiek er uit en er blijft in dit geval weinig van over. Dat is in “Dikke mannen in rokjes” wel even anders.

De schuchtere, elfjarige Bishop en zijn zelfingenomen ma Phyllis stuiken neer op een eiland ver van alle beschaving en moeten maar zien te overleven. Met een voor die situatie ongewone luchtigheid wordt het verleden van moeder en zoon uit de doeken gedaan. Er wordt met een grenzeloze vindingrijkheid gespeeld met ruimte, tijd en plaats, die elkaar probleemloos overlappen. Zo wiegt Bishop op een gegeven moment zichzelf als baby in slaap. Ook vader Howard wordt in deze eerste levensfase ten tonele gevoerd: een losbandige flierefluiter die zich het liefst zo ver mogelijk uit de buurt van zijn gezin houdt, en met porno-actrice Pam rotzooit. Tegelijk gaat ook het leven op het eiland verder. De evolutie daar wordt steeds opmerkelijker. Honger is de ergste vijand, de absurditeit heeft er alleen maar baat bij. “I’m hungry mummy”, “Hoe, en ge hebt juist een hele lipstick op?!”: laat Sus Slaets en Tania Van Der Sanden dit soort dialogen voeren, en het lijkt of je weer even naar “Vaneigens” zit te kijken.

De eerste medepassagiers worden naar binnen gewerkt en de cinefiel in ons (daar is ie weer) merkt op dat het scenario nu wel erg veel gelijkenissen begint te vertonen met dat van “Alive”. Dat (waar gebeurde) vliegtuigdrama is echter twee jaar jonger dan het origineel van dit stuk, “Fat Men In Skirts”, en – moet het nog gezegd – ook hier is de toon compleet anders. Regisseur Sam Bogaerts koos er trouwens voor om de oorspronkelijke tekst gedeeltelijk te behouden. Het levert fragmenten op waar het meest platte Amerikaans en het vettigste kempisch moeiteloos op elkaar verder bouwen.

Vijf jaar na de crash worden Bishop en Phyllis alsnog gered. De zandbak op het toneel krijgt zijn plaats in de New Yorkse designflat van Howard en Pam. Minder vlot verloopt de reïntegratie van de twee verstekelingen in de westerse maatschappij. De rollen zijn nu omgekeerd: Bishop is een arrogante zak zonder enig normbesef geworden, Phyllis heeft vooral nood aan affectie … en schoenen. Allebei klaar voor de psychiatrie dus, maar zo ver komt het zelfs niet voor Phyllis. Zij wordt het laatste slachtoffer van haar moordlustige zoon, van de aanzet tot kannibalisme die ze hem gaf en van haar eigen verlangen naar de dood.

Wat begint als heerlijk absurdisme, mondt uit in een toonbeeld van hoe afschuwelijk complex het leven en de liefde kunnen zijn. Zo overdreven onrealistisch is het eigenlijk allemaal niet, maar mensen dit laten inzien door hen het tegengestelde te tonen … daar durven wij in rode balpen “Uitstekend, doe zo verder!” boven te kliederen.

theatermaggezien

zwarte komedie helder wit

... Voor Sam Bogaerts en blijkbaar ook voor Nicky Silver, is theater nog altijd de plaats waar alles moet kunnen. Bogaerts vertaalde Silvers stuk en zet het met een sterke cast in Theater Zuidpool helemaal naar zijn hand. Veel wit licht op een licht gekleurd decor: het gekkenhuis is nooit veraf. (...)

De handeling wordt geregeld doorkruist door flash-backs, die het volgen van het verhaal niet altijd makkelijk maken, maar anderzijds voor een flinke dosis welgekomen hilariteit zorgen. Afwisseling van toestanden is er bij de vleet tot in het taalgebruik toe. Vooral Phyllis (Tania Van der Sanden) weet er heerlijk badinerend mee om te gaan. De jonge acteur Sus Slaets getuigt als Bishop van een zeer eigen speelstijl die trouwens perfect aansluit bij het uitvergrote realisme en de absurditeit waar Nicky Silver op aanstuurt en die Sam Bogaerts in zijn voortdurend sprankelende regie virtuoos uitwerkt. Jobst Schnibbe en Eva Schram leveren het daarin meegaande weerwerk. Homogeniteit en spelplezier over geheel de lijn en, na het genieten, nog stof te over om over na te denken.

volledige recensie van Roger Arteel in theatermaggezien
arrow up | pijl naar boven