brief aan m'n vader
naar Franz Kafka | vertaling, bewerking & regie: Sam Bogaerts | spelers: Steve De Schepper & Sam Bogaerts | spelcoach: Tania Van der Sanden | lichtontwerp: Guy Rosseel | affiche Peter van de Cotte →
Franz Kafka's Brief aan mijn vader telt in het handgeschreven origineel meer dan honderd bladzijden. Alleen al daarom kan het geen gewone gelegenheidsbrief genoemd worden. Het is de literaire klacht van een zoon over zijn bovenmatig krachtige vader. Kafka probeert het levenslange conflict met zijn vader taalkundig onder de knie te krijgen, uiterst genuanceerd en gedetailleerd, met gevaarlijke en irrationele implicaties. Hij heeft de brief nooit aan de geadresseerde durven afgeven.
"Liefste vader. Gij vroeg mij onlangs waarom ik altijd zeg dat ik bang voor u ben. Zoals gewoonlijk kon ik daar niet op antwoorden, juist omwille van die angst die ik voor u voel ..."
pers
de morgen
Jan De Smet in De Morgen dd 29/11/2004 "... als ik schrijf, dan ben ik groter dan u": Sam Bogaerts bewerkte de brief waarin Franz Kafka op de denkbeeldige beschuldigingen van zijn vader riposteert.
Zoals elke vader ondervond Sam Bogaerts dat zijn zoon zich na zijn twintigste van hem begon los te maken. Toevallig stuitte hij op de brief die Franz Kafka aan zijn vader schreef. Bogaerts' bewerking van dat epistel van honderd bladzijden is dus allesbehalve een denkoefening in het luchtledige.
In zijn brief ziet Kafka zichzelf door de ogen van zijn vader. Hij zou eigenzinnig zijn, onverschillig en ondankbaar en vol overspannen ideeën zitten. Het angstige, gentimideerde kind van weleer riposteert op die denkbeeldige beschuldigingen en dient een schadeclaim in wegens zijn getormenteerde volwassen persoonlijkheid.
Wat volgt, is een karaktermoord. Een gapende afgrond tekent zich af tussen twee onverzoenbare gevoelswerelden. De casting van beide acteurs geeft daaraan perfect gestalte. De tengere Steve De Schepper, jongensachtig beteuterd, neemt het als zoon op tegen de 'overweldigende lichamelijkheid' van vader Sam Bogaerts.
De Scheppers personage richt zijn verschoonvlaamste filippica afwisselend rechtstreeks tot zijn kwelduivel en tot het publiek, dat als jury zetelt. De microfoon die hij hanteert, benadrukt zijn afstandelijkheid. De vader lijkt ingevroren in het eigen gelijk. Bogaerts heeft ruimschoots genoeg aan zijn présence om enkel met zijn lichaamstaal te repliceren. Hij is zeer welsprekend in zijn zwijgzaamheid, als hij monkelt of grimlacht, verwonderd opkijkt, een enkele keer uitgeteld lijkt als de zoon een touché scoort.
Kafka's tekst is evenwichtig, in de zin dat hij niet enkel afrekent maar ook zalft. De man die de maat der dingen was, wordt ook in zijn kwetsbaarheid belicht. Af en toe relativeert de zoon zijn beschuldigingen of draagt hij zelf weerleggingen aan. Heel even overwint de liefde dan de angst en het cordon rond de vader wordt doorbroken. In Brief aan m'n Vader leidt niets de aandacht van de tekst af. Een zetel en een voetbank zijn de enige rekwisieten. Bogaerts en De Schepper spelen hun dovemansgesprek uiterst gedoseerd en ingetogen en uit hun interactie komt iets meewarigs en vertederends bovendrijven.
Kafka heeft nooit een antwoord gekregen op zijn brief. Zijn moeder zou die doorgeven, maar dat is nooit gebeurd. Misschien had de zoon dat wel voorzien, want op het einde formuleert hij zelf de mogelijke repliek van zijn vader. Dat vond Bogaerts net iets te grof en daarom geeft hij er helemaal op het einde een verrassende draai aan, die afwijkt van het origineel.
zone 03
Eddy Vaes in zone 03 dd 26/11/2003: "Franz rekent af met vader Kafka en vice versa |
Vader Kafka zit in kamerjas languit in zijn zetel, voeten op een bankje. Hij zegt niets, een uur lang. Alleen zijn mimiek verandert als reactie op wat hij hoort. Normaal zou hij een lange, felle brief van zijn zoon Franz lezen maar dit is theater en dus staat zijn zoon zijdelings op het toneel zijn brief te vertellen. Hij heeft een microfoon in de hand zodat je de afstand tussen zoon en vader aanvoelt. "Gij vroeg mij onlangs waarom ik altijd zeg dat ik bang voor u ben. Zoals gewoonlijk kon ik daar niet op antwoorden ..." zegt Franz Kafka. Hij leed onder een dominante vader. In 1919, hij was toen 36, schreef hij de brief aan 'de veroorzaker van alle leed', want zo wordt vader afgespiegeld. Begrijpbaar. Aanleiding was zijn verloving met Julie Wohryzek. Vader vond de trouwplannen van zijn zoon 'beneden zijn stand'. Het huwelijk ging uiteindelijk niet door en daarom wilde de zoon zijn gram halen in een brief waarin hij scherp de opvoedingsmethodes van zijn vader analyseert. Vader bedoelde het goed maar kon het enkel streng tot scheldend overbrengen. Uiteindelijk durfde Kafka zijn brief niet af te geven, hij vroeg zijn moeder om dat in zijn plaats te doen. Zij weigerde. Kafka's vader heeft de brief nooit gelezen.
In de bewerking van Sam Bogaerts zit deze zelf als oude vader te luisteren naar de brief. Hij reageert enkel met mime, trekt een bedenkelijk gezicht bij beschuldiging van dictatoriale neigingen en blikt tevreden als hij wordt geprezen. De toon van de zoon, gespeeld door Steve De Schepper, is wisselend onzeker, zoekend, bitter, beschuldigend, soms ook vol begrip. Halverwege kan de vader het niet meer houden. Hij staat op, bekijkt de zoon streng en aait hem over het hoofd alsof hij wil zeggen: 'niet te hard van stapel lopen'. Na de brief valt er een stilte. Dan staat vader op en dient Kafka kort en gevat van antwoord. Hij relativeert de aanklacht. Dan zet hij het verleden in een scherp en helder perspectief. Zijn antwoord is zoals hij zelf is: arrogant, zelfbewust, soms kwetsend, soms met begrip.
Sam Bogaerts had behoefte om te antwoorden, zodat dit als stuk wat diepte krijgt. Steve De Schepper speelt sober en strak, zoals ook Sam Bogaerts, die door zijn stil spel veel aandacht aanzuigt. Een juweeltje van ingehouden spel in een explosieve materie.